'De ontwikkelingen zijn hoopgevend'

Metakids wil metabole ziekten de wereld uithelpen door onderzoek te financieren. We lopen mee met de helden die het zo belangrijke onderzoek aanjagen en uitvoeren. Mensen met zeer diverse specialismen, die in hun vakgebied op zoek zijn naar behandeling. Deze keer: André van Kuilenburg van AMC Amsterdam.

Waar ben je momenteel mee bezig?

“De helft van mijn tijd doe ik diagnostiek bij aangeboren metabole ziekten, de andere helft ben ik betrokken bij onderzoek. Ik focus daarbij op lysosomale stapelingsziektes en defecten in het pyrimidine metabolisme, zoals patiënten met een dihydropyrimidine dehydrogenase (DPD) deficiëntie. Vroeger werd dit de Dutch Disease genoemd, omdat de eerste DPD patiënten in Nederland gediagnosticeerd zijn. Inmiddels heb ik gegevens van meer dan 100 DPD-patiënten in mijn database. Deze kinderen hebben vaak neurologische afwijkingen, een verstandelijke beperking, zwakke spieren en toevallen (epilepsie). Toch zijn er ook kinderen met precies dezelfde genafwijkingen die volledig normaal functioneren. Wij weten nog niet hoe dat kan, maar willen dat vraagstuk natuurlijk oplossen.”

Is jullie onderzoek alleen relevant voor die groep patiënten?

“Dat verwachten we niet. Het zal belangrijk voor ze zijn, maar door ons onderzoek snappen we ook steeds meer van de mens. Door in het DNA te kijken, kunnen we nu onderzoeken wat de consequenties zijn van bepaalde fouten in de genen. Zo blijkt een fout in het DPD-gen ook vaker voor te komen bij mensen met autisme. Door dat verder uit te zoeken, zou dat zomaar veel kunnen gaan betekenen voor iedereen die met autisme kampt. Dat is in ieder geval wat wij hopen als onderzoekers.”

Jij bent biochemisch geneticus, wat is dat precies?

“Als ik het aan een wildvreemde moet uitleggen, zeg ik vaak: ik werk op een laboratorium. Daar krijg ik een aanvraag binnen van een arts. Die hebben het vermoeden dat de patiënt een metabole ziekte heeft. Met mijn collega's wordt dan meestal in eerste instantie de urine onderzocht. Ook kunnen we gelijk de enzymen meten of DNA-onderzoek doen. Tegenwoordig worden er soms ook aanwijzingen voor een metabole ziekte gevonden door het analyseren van grote delen van het erfelijk materiaal (Exoom Sequencing). Als dat het geval blijkt te zijn, dan moeten we dat verder controleren door de urine en de enzymen te onderzoeken.”

Komt een behandeling van metabole ziekten volgens jou dichterbij?

“Zeker, de ontwikkelingen zijn heel hoopgevend. Tegelijk is het ingewikkeld. Van veel ziekten weten we nog niet waarom een patiënt ziek wordt. Over een jaar of twintig zijn we daar veel verder in, verwacht ik. Al boeken we ook nu al veel successen.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Ja, bijvoorbeeld de ziekte van Gaucher. Patiënten met die ziekte krijgen enzym-vervangingstherapie en dat werkt vaak ontzettend goed. Die kinderen komen binnen met een vergrote milt en lever van soms wel dertien kilo. Als we hen een vervangend enzym geven, zie je dat het bijna helemaal normaliseert. Patiënten kunnen dan een redelijk normaal leven leiden. Al is nu nog niet bekend of ze ook daadwerkelijk gezond blijven, maar de vooruitzichten zijn hoopgevend.” 

Wat betekent Metakids voor jou als onderzoeker?

“Het is heel erg belangrijk dat Metakids zich inzet voor metabole ziekten. Daar is lang veel te weinig aandacht voor geweest. Onderzoekers zoals wij kunnen niet aankloppen bij grote fondsen, want die hebben simpelweg geen aandacht voor metabole ziekten. Terwijl de voortgang van onderzoek heel belangrijk is. Zodat we steeds beter begrijpen waarom deze patiënten ziek worden, de patiënten beter kunnen diagnosticeren en hopelijk uiteindelijk een behandeling kunnen geven.”