Sinterklaas

Schrijver en regisseur Suzan Hilhorst is moeder van drie kinderen en samen met Jens. Haar dochters, Sara en Liv, overleden aan een metabole ziekte. Met haar columns deelt ze haar persoonlijke verhaal en visie.

 

Twee jaar terug. De zaal is groot, maar net te klein voor mijn collega’s en hun kroost. Om de chaos compleet te maken, staat er een Piet achter een draaitafel hysterische platen te draaien. Ik smacht naar de eenvoudige liedjes uit mijn jeugd, zonder stampende beat. De spanning wordt opgebouwd. Er komen meer Pieten binnen. Kinderen stuiteren door het gebouw. Kruidnoten, strooigoed en mierzoete Ranja als brandstof. Vol verwachting klopt hun hart.

Ook Nils is zenuwachtig. Hij klampt zich aan me vast als een aap en vraagt: “Wat weet de Sint over mij?” Ik antwoord: “Alleen maar leuke dingen.”

Een van de Pieten tikt tegen de microfoon. Een scherpe toon verspreidt zich door de zaal. De kinderen zijn op slag stil. Statig neemt de goedheiligman plaats op zijn troon. Nu mag iedereen op schoot voor een kort gesprek, Nils straalt. Hij is als een van de laatsten aan de beurt. Met een grote glimlach gaat hij zitten.

“Zo”, zegt Sinterklaas in de microfoon. “En jij bent dus Nils?”

“Ja”, fluistert hij. Zelfverzekerd, maar toch ook geïmponeerd.

“Heb je het naar je zin?”

Hij knikt driftig. Niets waarschuwt ons voor de vraag die gaat komen.

“En heb je ook een broertje of zusje meegenomen Nils?”

Mijn collega’s schrikken. Het bloed trekt uit mijn gezicht. En ik denk: niemand, aan niemand heeft de Sint tot nu toe deze vraag gesteld en net bij Nils, net nu alles voor even zo normaal lijkt te zijn… Net nu! Groot verdriet welt op. Onmacht, omdat ik even geen idee heb wat te doen.

Maar ik heb hem onderschat. Mijn kind. Mijn zoon. Hij veert op. Glundert en pakt de microfoon: “Ja”, zegt hij luid. “Ik heb mijn zusjes meegenomen. Mijn zusjes zijn namelijk dood, dus die zitten in mijn hart.”

Zijn prachtige antwoord zaait ongemak. De Sint schuifelt onhandig heen en weer, mensen glimlachen opgelaten en voordat Nils ook maar één moment kan denken dat hij iets verkeerds heeft gezegd, stap ik naar voren en roep: “Zo is dat Nils!”

De opluchting is groot, de Pieten halen weer adem, Sinterklaas wrijft door zijn baard en stamelt: “Zo, zo.” Waarna Nils de kans grijpt om uitgebreid zijn verlanglijst door te nemen. Alsof er niets gebeurd is.

Meer lezen van Suzan? Alle columns staan hier.